België telt veel laadpunten, maar snelladen blijft achter

België behoort internationaal tot de landen met relatief veel publieke laadpunten per elektrische auto. Toch vertelt dat cijfer maar de helft van het verhaal. De Belgische EV-vloot groeit snel, terwijl slechts een beperkt deel van het publieke netwerk uit snelle of ultrasnelle laadpunten bestaat.

Uit een internationale vergelijking van 46 landen blijkt dat België in 2025 ongeveer acht elektrische auto’s en bestelwagens telt per publiek laadpunt. Daarmee doet ons land het duidelijk beter dan veel grotere automarkten en behoort het binnen Europa tot de landen met de ruimste publieke laadinfrastructuur in verhouding tot het aantal EV’s.

8 EV’s per publiek laadpunt in België
+32,5% groei van de Belgische EV-vloot in één jaar
7,6% van de publieke laadpunten is snel of ultrasnel

Veel laadpunten, relatief weinig snelladers

Het contrast zit vooral in de laadsnelheid. Slechts 7,6 procent van de Belgische publieke laadpunten valt in de categorie snel of ultrasnel. Daarmee behoort België tot de landen waar het publieke netwerk nog sterk wordt gedomineerd door tragere laders.

Dat hoeft voor dagelijks gebruik niet noodzakelijk een probleem te zijn. Een dicht netwerk van gewone laadpunten kan uitstekend functioneren voor bestuurders die hun auto meerdere uren laten staan, bijvoorbeeld thuis, op het werk of tijdens een winkelbezoek. Voor langere ritten en voor EV-gebruikers zonder vaste laadmogelijkheid wordt het vermogen van de laadpaal echter steeds belangrijker.

Elektrische auto aan een publiek laadpunt
Niet alleen het aantal laadpunten telt. Ook laadvermogen en beschikbaarheid bepalen hoe bruikbaar een publiek netwerk in de praktijk is.

Belgische EV-vloot groeit snel

De uitdaging wordt groter doordat het aantal elektrische voertuigen stevig blijft toenemen. De Belgische EV-vloot groeide tussen 2024 en 2025 met 32,52 procent. De uitbreiding van de laadinfrastructuur moet dat tempo blijven volgen om te vermijden dat de huidige goede verhouding onder druk komt te staan.

In Europa doet Nederland het op basis van het aantal laadpunten nog beter, met ongeveer zes EV’s per publieke laadpaal. Ook daar bestaat echter slechts 3,5 procent van het netwerk uit snelle of ultrasnelle laders. Het toont aan dat een groot aantal laadpunten niet automatisch gelijkstaat aan een snel laadnetwerk.

Wereldwijd zijn de verschillen enorm

De verschillen tussen landen zijn opvallend. Zuid-Korea voert de vergelijking aan met ongeveer twee elektrische voertuigen per publiek laadpunt. Het land bouwde zijn infrastructuur vroeg uit en verplicht onder meer laadvoorzieningen bij appartementsgebouwen.

Aan de andere kant van het spectrum staat Uruguay, met ongeveer 162 EV’s per publiek laadpunt. Ook de Verenigde Arabische Emiraten en de Filipijnen kampen met een sterke groei van het elektrische wagenpark die sneller verloopt dan de uitbreiding van het laadnetwerk.

China combineert dan weer schaal met infrastructuur. Het land telde in 2025 meer dan 44 miljoen elektrische auto’s en bestelwagens en ongeveer 4,68 miljoen publieke laadpunten. Daardoor komt het uit op ongeveer negen EV’s per laadpunt.

Meer dan alleen palen tellen

De cijfers maken vooral duidelijk dat de volgende fase van elektrisch rijden niet alleen draait om het plaatsen van meer laadpalen. Ook het beschikbare vermogen, de locatie en de betrouwbaarheid van het netwerk worden steeds belangrijker.

Voor België is de uitgangspositie relatief sterk: de publieke infrastructuur is dicht en het aantal laadpunten houdt voorlopig goed stand tegenover de groeiende EV-vloot. De volgende uitdaging wordt ervoor zorgen dat ook het aandeel snelle laadmogelijkheden voldoende snel meegroeit.

Deel je liefde