Alles wat je moet weten over elektrisch laden

Van niche naar noodzakelijke infrastructuur
Elektrische mobiliteit is in sneltempo geëvolueerd van een belofte voor de toekomst naar een vaste waarde op onze wegen. Die evolutie gaat hand in hand met een steeds grotere nood aan betrouwbare, toegankelijke en gebruiksvriendelijke infrastructuur. Laadpalen zijn daarbij niet langer een randverschijnsel, maar een essentiële schakel in het mobiliteitssysteem van morgen. Wetgeving, technologie, netcapaciteit en gebruikservaring komen er samen. Dit artikel bundelt de belangrijkste inzichten over elektrisch laden vandaag.
Europese spelregels
Sinds 13 april 2024 is de Alternative Fuels Infrastructure Regulation, oftewel AFIR, van kracht. Deze verordening vervangt de vroegere richtlijn en maakt deel uit van het bredere ‘Fit for 55’-pakket van de Europese Unie. Het doel is duidelijk: ervoor zorgen dat in alle lidstaten voldoende infrastructuur voor alternatieve brandstoffen beschikbaar is en dat die infrastructuur interoperabel, transparant en gebruiksvriendelijk is.
AFIR legt bindende doelstellingen op voor onder andere wegvervoer, maar ook voor scheepvaart en luchtvaart. Voor elektrische voertuigen betekent dit onder meer minimumvereisten voor publieke laadpunten, afgestemd op het aantal elektrische voertuigen per lidstaat en op de grote Europese verkeersassen. Langs deze assen moeten snellaadstations op vaste afstanden beschikbaar zijn. Daarnaast bevat de verordening regels over transparante prijsinformatie, eenvoudige betaalmogelijkheden en duidelijke rapportageverplichtingen voor de lidstaten. Met AFIR wil Europa niet alleen meer laadpunten, maar vooral ook een beter functionerende laadinfrastructuur die het vertrouwen van de gebruiker versterkt.
België als koploper in elektrische mobiliteit
De impact van deze Europese ambities is ook in België duidelijk zichtbaar. Het aantal laadpunten is de afgelopen jaren sterk gegroeid, zowel wat betreft gewone AC-laadpunten als DC-snelladers. Die groei volgt de snelle toename van het aantal elektrische voertuigen op onze wegen. De onderstaande figuur illustreert de sterke groei van het aantal laadpalen in België.

In 2025 waren elektrische wagens goed voor ongeveer 35% van alle nieuwe inschrijvingen in België. Dat betekent dat meer dan één op drie nieuw geregistreerde personenwagens volledig elektrisch is. Het totale Belgische EV-park groeide daarmee tot ongeveer 450.000 voertuigen, goed voor 7 à 8% van het volledige wagenpark. Bedrijfswagens spelen hierin een sleutelrol, mede dankzij fiscale stimulansen en duurzaamheidsdoelstellingen bij ondernemingen.
De vooruitzichten blijven uitgesproken positief. Tegen 2026 wordt verwacht dat België de kaap van 600.000 elektrische voertuigen zal ronden, wat neerkomt op ongeveer 10% van het totale wagenpark. Die groei maakt verdere investeringen in laadinfrastructuur niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk.
Thuisladen blijft dominant, maar niet voor iedereen
Vandaag wordt het merendeel van de elektrische personenwagens thuis opgeladen. Wereldwijd zijn er bijna tien keer zoveel private laadpunten als publieke. Thuisladen is comfortabel, gebeurt vaak ’s nachts en is meestal goedkoper, zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van daluren.
Toch is toegang tot thuisladen ongelijk verdeeld. In dichtbevolkte stedelijke gebieden, waar veel mensen in appartementen wonen en geen eigen parkeerplaats hebben, is een privélaadpunt vaak geen optie. Voor deze groep is publieke laadinfrastructuur cruciaal om de overstap naar elektrisch rijden haalbaar te maken.
Daarnaast bestaat er een grote tussencategorie van semi-private laadpunten, zoals laadpalen op bedrijfsterreinen of parkings voor personeel of wagenparken. Deze spelen een steeds belangrijkere rol, zeker in het kader van woon-werkverkeer en fleet-elektrificatie.
Publieke laadpalen en snelladers
Hoewel private laders in aantal domineren, zijn publieke laadpunten essentieel voor een brede en eerlijke adoptie van elektrische mobiliteit. Overheden investeren daarom steeds meer in publieke infrastructuur. In 2023 groeide het aantal publieke laadpunten wereldwijd met meer dan 40%, waarbij snelladers de sterkste groei kenden. Tegen het einde van dat jaar maakten snelladers al meer dan 35% uit van de publieke laadinfrastructuur.
Europa zet met AFIR expliciet in op een dicht netwerk van snelladers langs hoofverkeersassen, met laadstations om de 60 kilometer langs de belangrijkste TEN-T-corridors. Interoperabiliteit staat daarbij centraal. Bestuurders moeten eenvoudig kunnen laden, ongeacht exploitant of land.
Een groeiende uitdaging
De snelle uitrol van laadinfrastructuur stelt het elektriciteitsnet voor nieuwe uitdagingen. Vooral snelladen kan zorgen voor hoge piekbelastingen op lokaal niveau. Daarom wordt de afstemming tussen laadinfrastructuur en netcapaciteit een sleutelthema.
Slim laden, waarbij laadmomenten worden gespreid in de tijd of afgestemd op netbelastingen en energieprijzen, wint aan belang. Tijdsgebonden tarieven, load balancing en lokale oplossingen zoals stationaire batterijen of hernieuwbare energiebronnen kunnen helpen om pieken te vermijden en het net efficiënter te benutten.
Tegelijk kan slim laden ook voordelen opleveren voor hernieuwbare energie. Laden overdag kan bijvoorbeeld beter aansluiten bij zonneproductie, terwijl ’s nachts windenergie vaak overvloedig beschikbaar is.

De volgende grote stap
Naast personenwagens verschuift de aandacht steeds meer naar het laden van elektrische vrachtwagens en bussen. Deze voertuigen vragen om totaal andere oplossingen, zoals hogere vermogens, dedicated laadhubs en in sommige gevallen megawattladers.
Europa rolt hiervoor specifieke truckcorridors uit. AFIR legt vast dat langs belangrijke routes stapsgewijs minimale laadcapaciteit beschikbaar moet zijn, met onder meer krachtige DC-laders per station. Voor zware voertuigen blijft depotladen ’s nachts de basis, aangevuld met opportunity charging bij laadkades, eindhaltes of onderweg.
Daarnaast winnen alternatieve oplossingen terrein, zoals batterijwisselsystemen en elektrische wegen (ERS). Deze concepten kunnen de druk op het net verminderen en het goederenvervoer sneller verduurzamen, al bevinden ze zich nog grotendeels in een test- en opschalingsfase.
Vooruitblik
De massale doorbraak van elektrisch rijden hangt onlosmakelijk samen met toegankelijke en betaalbare laadinfrastructuur. Tot nu toe konden vooral ‘early adopters’ rekenen op thuisladen. Voor een bredere groep bestuurders worden werkplek- en publieke laadpunten steeds belangrijker.
Wereldwijd kan het aantal publieke laadpunten tegen 2035 in ambitieuze scenario’s bijna zes keer hoger liggen dan in 2023. Gebruiksgemak zal daarbij minstens even belangrijk zijn als het aantal laadpunten. Betrouwbaarheid, eenvoudige betaling, transparante prijzen en interoperabiliteit bepalen of gebruikers elektrisch rijden als vanzelfsprekend ervaren.
Samen bouwen aan de laadinfrastructuur van morgen
De uitrol van laadinfrastructuur is geen geïsoleerde opdracht. Ze vraagt om nauwe samenwerking tussen overheden, netbeheerders, exploitanten, technologiebedrijven en vlootbeheerders. Data, planning en innovatie zijn cruciaal om infrastructuur vlot, betaalbaar en toekomstbestendig te laten meegroeien.
Onze partners binnen het magazine spelen precies in op die uitdagingen. Zij werken dagelijks aan oplossingen voor plaatsing, uitbating, software, interoperabiliteit, onderhoud en snellaadinfrastructuur. Zo dragen ze mee bij aan een laadnetwerk dat klaar is voor de volgende fase van elektrische mobiliteit.
Deze partners zijn terug te vinden op EV Connect, dé online verzameling van betrouwbare en kwalitatieve partners.







