Jo Stenuit: “Uiteindelijk willen we gewoon mooie auto’s maken”

België heeft al vaker talent geleverd aan de internationale autowereld en ook vandaag zit er een Vlaming op een interessante stoel. Jo Stenuit woont en werkt in Duitsland en is Design Director van Mazda Motor Europe. Vanuit het Europese onderzoeks- en ontwikkelingscentrum in Oberursel bij Frankfurt leidt hij mee de Europese designactiviteiten van het Japanse merk.

Tijdens de internationale voorstelling van de nieuwe Mazda CX-6e praat hij uitgebreid over Kodo, proporties, materialen, digitale modellen, China, Japan en Europa. Tot hij het hele vak plots samenvat in één ontwapenend eenvoudige zin.

Tekst: Marijn Bogaert

Foto’s: Mazda

“Uiteindelijk willen we gewoon mooie auto’s maken.”

Het klinkt bijna te simpel voor een industrie waarin designteams over verschillende continenten samenwerken en een nieuwe auto jarenlang door computers, kleimodellen, windtunnels en vergaderzalen reist. Net daarom blijft de uitspraak hangen.

Europa, Japan en China

De Mazda CX-6e is een interessant voorbeeld van hoe internationaal autodesign vandaag geworden is. De auto wordt in China gebouwd en kwam tot stand in samenwerking met Changan. De officiële persinformatie spreekt over samenwerking tussen teams in Japan, Europa en China.

Stenuit maakt die taakverdeling tijdens ons gesprek concreter.

“Qua design was het vooral Europa-Japan. China was meer engineering.”

Dat is een belangrijke nuance. Ook in China zijn designers actief, maar volgens Stenuit lag het zwaartepunt van het creatieve proces tussen de Europese en Japanse ontwerpteams. En wie uiteindelijk beslist?

“Het laatste woord is Japan.”

Daarmee verdwijnt ook het eenvoudige beeld van drie designculturen die voortdurend met elkaar botsen. De rollen liggen genuanceerder. China brengt veel engineering en technologie, Europa helpt het ontwerp verfijnen voor onze markt en Japan bewaakt uiteindelijk de Mazda-identiteit.

Voor de CX-6e kreeg het Europese designteam officieel meer invloed dan bij eerdere Mazda-projecten. Europa werkte mee aan zowel interieur als exterieur en was sterk betrokken bij kleuren en materialen.

Volgens Stenuit is dat nodig. Europese, Chinese en Amerikaanse klanten kijken nu eenmaal anders naar een auto.

Amerikaanse modellen mogen volgens hem vaak groter, agressiever en nadrukkelijker zijn. Europa vraagt meer finesse. China heeft dan weer zijn eigen smaak en een sterke honger naar technologie. “De Europese en Chinese markt liggen vrij ver uit elkaar qua smaak en technologie”, zegt hij. Een auto die in China werkt zomaar in Europa neerzetten, volstaat volgens hem dan ook niet.

Dat verklaart meteen waarom Mazda een Europees design- en ontwikkelingscentrum heeft.

Kodo zonder visueel gewicht

Mazda gebruikt zijn Kodo – Soul of Motion-designtaal al jaren. Een elektrische SUV stelt ontwerpers echter voor een extra uitdaging. Een groot batterijpakket, een lange vloer en veel binnenruimte kunnen een auto visueel zwaar maken.

Stenuit wilde precies dat vermijden bij de CX-6e.

Hij had daarbij naar eigen zeggen geluk met de technische uitgangspositie. De basis waarop de auto werd ontwikkeld beschikte al over goede proporties. Vooral de breedte en lange wielbasis hielpen om de auto stevig op zijn wielen te zetten zonder dat hij log oogt. De productieauto meet 4,85 meter lang en 1,94 meter breed en heeft een wielbasis van 2.902 millimeter.

Het is tijdens die uitleg dat Stenuit opnieuw alle theorie relativeert.

“We zijn met een project bezig en uiteindelijk zijn we gewoon mooie auto’s aan het maken.”

Voor hem hoeft een elektrische auto er blijkbaar ook niet voortdurend uit te zien alsof hij elektrisch is. Technologie, aerodynamica en verpakking bepalen de speelruimte, maar een designer blijft met proportie, oppervlakken en licht werken.

Dat zie je ook in de manier waarop Stenuit over kleuren praat. Nightfall Violet lijkt afhankelijk van het licht diep paars tot bijna zwart. Mazda bevestigt dat die tint bewust sterk verandert met de lichtinval. Tijdens ons gesprek vertelt Stenuit dat het kleur- en materialenteam inspiratie ging zoeken in Japan en dat ook een verblijf aan de Japanse kust meespeelde in het verhaal achter het paars.

Daarmee is het werk nog lang niet af. Inspiratie kan uit een landschap, materiaal of kleur komen, maar daarna moeten specialisten dat idee nog vertalen naar iets wat duizenden keren identiek geproduceerd kan worden.

Stenuit benadrukt daarbij graag het team achter de designer. Digitale modelleurs, clay modelers en specialisten in Colour, Material & Finish maken van schetsen en soms wilde ideeën uiteindelijk een fysiek product. Autodesign is daardoor veel minder het werk van één tekenaar dan vaak wordt gedacht.

“We moeten ook niet zeveren dat wij de beste oplossing hebben”

Interessant wordt het wanneer het gesprek naar technologie in het interieur verschuift.

De CX-6e heeft een enorm 26-inch scherm dat tot voor de passagier doorloopt. De officiële specificaties spreken over een 32:9-scherm met een aanpasbare dual-split-indeling zodat bestuurder en passagier verschillende informatie kunnen bekijken.

Hoe verzoen je zoiets met Mazda’s traditionele aandacht voor rust en eenvoud?

Stenuit antwoordt opvallend nuchter.

“Het is zoeken. We moeten ook niet zeveren dat wij de beste oplossing hebben.”

Die zin typeert hem misschien nog beter dan alle designtermen ervoor. Hij ziet de hele industrie zoeken naar hetzelfde antwoord: hoe geef je een gebruiker steeds meer mogelijkheden zonder dat de bediening steeds ingewikkelder wordt?

Daarvoor grijpt hij terug naar een onverwachte vergelijking.

“Denk aan de jaren tachtig. Iedereen wilde een equalizer.”

Een muziekinstallatie mocht toen vol schuifregelaars, meters, leds en knopjes staan. Zichtbare technologie was modern. Later verdwenen veel van die bedieningselementen weer en werd eenvoud zelf een teken van moderniteit.

Volgens Stenuit zit de auto-industrie vandaag in een vergelijkbare zoektocht. In China wordt zichtbare digitale technologie sterk gewaardeerd. Grote schermen en uitgebreide functies horen er nadrukkelijk bij het product. Of we over enkele jaren nog altijd zoveel technologie willen zien, is volgens hem veel minder zeker.

Daarmee veroordeelt hij technologie niet. Integendeel. Hij wil dat ze flexibel is en veel kan. De uitdaging is om al die mogelijkheden tegelijk eenvoudig te houden.

Een Belg tussen Hiroshima en Europa

Dat juist een Vlaamse Belg die Europese stem binnen een uitgesproken Japans merk vertegenwoordigt, maakt het verhaal extra interessant.

Stenuit praat met respect over Japan en over de mensen die daar uiteindelijk de Mazda-identiteit bewaken. Tegelijk verdedigt hij de noodzaak om ontwerpen door Europese ogen te bekijken. De CX-6e is daarvan voorlopig wellicht het duidelijkste voorbeeld. De officiële persmap omschrijft de invloed van het Europese designteam als groter dan bij elk eerder Mazda-model.

Toch presenteert Stenuit zichzelf tijdens ons gesprek nergens als de Belg die Mazda even komt vertellen hoe het moet. Hij spreekt voortdurend over teams. Over jonge designers die naar Japan reizen, over materiaalspecialisten, digitale modelleurs, kleimodelleurs en ingenieurs die allemaal een stukje van het eindresultaat bepalen.

Misschien is daarom juist die ene eenvoudige uitspraak zo goed.

Achter een nieuwe auto zitten honderden mensen, verschillende landen, technologieën en belangen. Designers praten over Kodo, Ma, proporties, oppervlakken en digitale interfaces. Ingenieurs moeten het vervolgens kunnen bouwen.

En Jo Stenuit?

Die wil uiteindelijk gewoon mooie auto’s maken.

Deel je liefde