Elektrisch rijden in België: kloof tussen perceptie en realiteit wordt pijnlijk duidelijk

De nieuwste Mobiliteitsbarometer 2026 van Europ Assistance lijkt op het eerste gezicht weinig ruimte te laten voor optimisme. Met amper 38% van de Belgen die interesse toont in een volledig elektrische wagen en een duidelijke meerderheid die aangeeft bij een volgende aankoop niet voor elektrisch te zullen kiezen, lijkt de doorbraak van de EV bij particulieren nog veraf. Toch vertelt dit verhaal maar een deel van de realiteit. Wie de resultaten naast de Global EV Driver Survey legt en ze confronteert met de praktijkervaring van huidige EV-rijders, ziet een veel genuanceerder beeld ontstaan. Of beter gezegd: de kloof tussen perceptie en realiteit blijkt groter dan ooit.
De barometer bevestigt in de eerste plaats wat al langer leeft: de particuliere markt in België blijft achter. Twijfel en terughoudendheid domineren het sentiment. Financiële drempels spelen daarbij een grote rol, net zoals onzekerheid over batterijen, laadinfrastructuur en de praktische inzetbaarheid van elektrische wagens. De Belg blijft bovendien sterk gehecht aan zijn auto, met driekwart van de bevolking die aangeeft niet zonder te kunnen, en meer dan de helft die lange ritten met een elektrische wagen nog niet ziet zitten. Ook de tweedehandsmarkt kampt met een duidelijk imagoprobleem, aangezien bijna drie op vier Belgen aangeven geen tweedehands elektrische wagen te willen kopen.
Toch wringt hier iets fundamenteels, en dat heeft alles te maken met prijsperceptie. Elektrisch rijden wordt nog te vaak als “duur” gezien, terwijl dat beeld steeds minder klopt met de realiteit. Zoals Philippe Vangeel van EV Belgium aangeeft, ligt hier een van de grootste misverstanden in het debat. Niet alleen is de totale gebruikskost van elektrische wagens vandaag vaak al lager, ook op het niveau van catalogusprijzen zien we een duidelijke verschuiving.
Prijsrealiteit: EV vs PHEV
De onderstaande vergelijking tussen plug-in hybrides en hun volledig elektrische tegenhangers toont een opvallende trend: in quasi alle segmenten is de elektrische variant vandaag even duur of zelfs goedkoper dan de PHEV.
- In sommige gevallen loopt het verschil op tot €15.000 in het voordeel van EV’s (bv. VW Tiguan eHybrid vs ID.4).
- Ook in premiumsegmenten (BMW, Mercedes, Volvo) liggen EV’s systematisch lager geprijsd.
- Zelfs compacte modellen tonen dat prijspariteit bereikt is.
Het kantelpunt is bereikt
De veronderstelling dat een EV duurder is dan een plug-in hybride klopt steeds minder en is in veel gevallen vandaag gewoon fout. Een overzicht:

Deze realiteit sluit perfect aan bij de analyse van EV Belgium, die stelt dat prijspariteit in veel segmenten al bereikt is. Meer nog, wie vandaag nog richting plug-in hybride kijkt vanuit een prijsargument, is volgens Philippe Vangeel eigenlijk al verkeerd vertrokken. Plug-in hybrides zijn gemiddeld duurder geworden dan volwaardige elektrische alternatieven, terwijl ze tegelijk afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen.
Diezelfde vertekening zien we ook terug in de bredere kostendiscussie. In een recent opiniestuk wijst EV Belgium erop dat mobiliteit nog te vaak wordt beoordeeld op basis van aankoopprijs alleen, terwijl de totale gebruikskost — de zogenaamde Total Cost of Ownership — een veel relevanter beeld geeft. Daarbij wordt duidelijk dat voertuigen met verbrandingsmotor blootgesteld blijven aan schommelende olieprijzen, terwijl elektrisch rijden net meer stabiliteit biedt. De “Total Cost of Ownership” dreigt zo voor klassieke aandrijvingen steeds meer een “Total Cost of Oil” te worden.
Tegen die achtergrond krijgt de terughoudendheid uit de barometer een andere betekenis. Het gaat minder om rationele afwegingen en meer om onzekerheid en verouderde aannames. Dat wordt ook bevestigd wanneer we kijken naar de ervaringen van huidige EV-rijders. In dezelfde studie geeft 87% aan opnieuw elektrisch te willen rijden, een cijfer dat sterk contrasteert met het algemene sentiment. De Global EV Driver Survey bevestigt dat beeld: wie elektrisch rijdt, ervaart het als comfortabel, eenvoudig en betrouwbaar, terwijl klassieke bezorgdheden zoals actieradius in de praktijk veel minder zwaar doorwegen.
Volgens Philippe Vangeel is dat een cruciaal inzicht. De barometer meet vooral percepties bij mensen die nog niet elektrisch rijden, terwijl de realiteit bij gebruikers zelf veel positiever is. Zonder die nuance ontstaat een eenzijdig beeld dat de transitie eerder afremt dan versnelt.
Ook de tweedehandsmarkt illustreert dat spanningsveld. Ondanks de hoge tevredenheid bij huidige EV-rijders, blijft het vertrouwen bij potentiële kopers laag. Onzekerheid over batterijgezondheid en restwaarde speelt daarbij een belangrijke rol, al wordt er intussen gewerkt aan oplossingen zoals het battery passport via Car-Pass. Hier ligt volgens EV Belgium een van de belangrijkste sleutels om de particuliere markt in beweging te krijgen.
Wat uit dit alles naar voren komt, is geen verhaal van technologische twijfel, maar van menselijke aarzeling. België zit niet vast op vlak van elektrische mobiliteit, maar bevindt zich in een overgangsfase waarin perceptie en realiteit nog niet op één lijn liggen. Zoals Philippe Vangeel het samenvat, tonen de cijfers vooral aan dat er nog werk is rond vertrouwen, betaalbaarheid en duidelijke communicatie, en veel minder rond de technologie zelf.
De echte uitdaging ligt dan ook niet in het verbeteren van de elektrische wagen, maar in het corrigeren van het beeld er rond. Zolang consumenten blijven vertrekken vanuit foutieve aannames over prijs en gebruik, zal de adoptie achterblijven bij de realiteit. Nochtans is die realiteit vandaag duidelijker dan ooit: elektrisch rijden is niet alleen technologisch volwassen, maar in steeds meer gevallen ook financieel de logische keuze.
En misschien is dat wel de belangrijkste conclusie: de Belg twijfelt nog, maar de cijfers tonen steeds duidelijker dat hij dat eigenlijk niet meer hoeft te doen.






