Alpine A390 GT: comfort, karakter en die rode OV-knop

Mijn waardering voor een auto begint meestal bij de essentie: een goede zitpositie, voldoende ruimte, efficiëntie, comfort en een onderstel dat mooi in balans is. De Alpine A390 GT beheerst dat allemaal en voegt er iets aan toe wat zich moeilijker in cijfers laat vatten: karakter en ondeugend rijplezier.
Na ruim 900 kilometer rijden stapte ik nog altijd graag in. De zetels zitten goed, de vering is precies stevig genoeg en de auto blijft ook op lange trajecten aangenaam. Tegelijk staat er op het stuur een rode knop met de letters OV. Overtake. Die bleek een minder goede invloed op mijn zelfbeheersing te hebben.
De A390 is het tweede model in Alpines elektrische Dream Garage en wordt aangeboden als GT en GTS. Mijn testwagen is de GT met drie elektromotoren, vierwielaandrijving en 400 pk. De sterkere GTS klimt naar 470 pk. De GT sprint in 4,8 seconden naar 100 km/u. Minstens zo belangrijk is de beheerste manier waarop hij met dat vermogen omgaat.
Tekst en foto’s: Marijn Bogaert



Ik blijf graag kijken naar dit ontwerp
Voor mij begint het verhaal van de A390 bij zijn vorm. Alpine noemt hem een sport fastback en dat dekt de lading veel beter dan SUV. Met een lengte van ongeveer 4,62 meter blijft hij behoorlijk compact. De lage daklijn, brede schouders en vloeiende flanken geven hem tegelijk de uitstraling van een veel langere auto.
Vooral schuin van achteren vind ik hem bijzonder geslaagd. De daklijn loopt strak door naar de korte achterzijde, de achterruit ligt als een vizier tussen de schouders en de verzonken handgrepen houden de flanken mooi egaal. Ook aerodynamisch zit er heel wat denkwerk in het koetswerk. De daklijn helt 17 graden, achteraan zitten specifieke luchtgeleiders en de diffuser kreeg een hoek van acht graden.
“De A390 biedt comfortabel en efficiënt reizen en bewijst tegelijk dat autorijden gewoon plezant mag zijn.”
Ook de details maken hem herkenbaar. Vooraan bestaat de lichtsignatuur uit kleine verlichte driehoeken die Alpine “Cosmic Dust” noemt. Achteraan keren die vormen terug rond het verlichte Alpine-logo. Op mijn testwagen vullen de fraaie 21-inch Snowflake-velgen het geheel mooi aan.
De A390 probeert daarbij niet groter te lijken dan hij is. Hij oogt laag, gespannen en breed, bijna als een elektrische grand tourer. Dat vind ik persoonlijk een van zijn sterkste punten. Hij heeft voldoende présence om iets bijzonders te zijn en blijft tegelijk herkenbaar Alpine.
Onderhuids komt de familieband met Renault Group duidelijker naar voren. De A390 gebruikt het AmpR Medium-platform, dat Alpine grondig heeft aangepast met een specifieke ophanging, bredere sporen en een eigen achterconstructie waarin twee afzonderlijke elektromotoren zijn ondergebracht.


Bekende digitale basis, veel Alpine erbovenop
Wie recent met een elektrische Renault reed, zal iets herkennen in de schermarchitectuur. Het centrale scherm meet 12 inch en werkt met Google integratie. Dat blijft voor mij een sterk punt. Google Maps is snel, overzichtelijk en bijzonder prettig in dagelijks gebruik. Daarnaast kijkt de bestuurder uit op een digitaal instrumentarium van 12,3 inch.
Alpine gebruikt die digitale basis voor veel meer dan navigatie en infotainment. Via Alpine Telemetrics krijg je Live Data, Coaching en Challenges voorgeschoteld. De auto toont onder meer G-krachten, acceleratie- en remgedrag, recuperatie, batterijgegevens en de werking van de Overtake-boost. Voor circuitgebruik gaat het nog verder met rondetijden, bandendruk en -temperatuur, remtemperatuur en zelfs de thermische toestand van batterij en motoren.



Vooral de coachingfunctie vond ik interessant. De A390 legt uit hoe je naar een bocht kijkt, instuurt en remt en bouwt die begeleiding stap voor stap verder op. Tijdens mijn test wees het systeem er ook duidelijk op dat bepaalde uitdagingen en oefeningen op een circuit thuishoren. Alpine nodigt je zo uit om de mogelijkheden van de auto te ontdekken en geeft tegelijk duidelijk aan waar de openbare weg ophoudt.
Ook op het stuur laat Alpine zijn eigen karakter spreken. Met de Drive Modes-knop kies je tussen Save, Normal, Sport, Perso en Track. De blauwe RCH-knop regelt de recuperatie tot en met One Pedal. De rode OV-knop maakt tijdelijk extra vermogen vrij en speelt ook een rol bij de launch control.
De aankleding verdient eveneens aandacht. De Alpine Sport Seats zien er fraai uit en blijken tijdens lange ritten minstens even overtuigend te zitten. Ze geven voldoende zijdelingse steun en blijven tegelijk comfortabel. In de GT zijn ze bekleed met geperforeerd Alcantara en elektrisch verstelbaar en verwarmbaar.



De combinatie van diepblauwe en grijze tinten, lichte biezen en dubbele sierstiksels geeft het interieur een eigen sfeer. Die kleuren keren terug op de deurpanelen, middenconsole en het dashboard, waar zachte materialen worden afgewisseld met aluminium accenten. Ook de fraai uitgewerkte roosters van het Devialet-audiosysteem passen mooi in dat geheel. Na enkele honderden kilometers waardeerde ik vooral hoe goed die sportieve uitstraling samengaat met echt zitcomfort.
Achterin is er ondanks de aflopende daklijn voldoende hoofd- en beenruimte. Een centrale armsteun ontbreekt, wat ik jammer vind. De kofferruimte maakt veel goed: 532 liter onder de hoedenplank en 1.643 liter met de achterbank neergeklapt. Daarmee blijft deze sportieve fastback ook gewoon een bruikbare reisauto.



Ruim 900 kilometer later
De rit naar Düsseldorf en terug was vooral een goede gelegenheid om de A390 buiten zijn sportieve context te leren kennen. Lange snelwegstukken, druk verkeer, Duitse Autobahn, Nederlandse snelwegen en uiteindelijk opnieuw de gewestwegen naar huis: tegen het einde van de test stond ruim 900 kilometer op de teller.
Daaruit bleef vooral het comfort hangen. De Alpine stuurt precies en blijft tegelijk rustig op slecht asfalt. De hydraulische aanslagpunten in de ophanging helpen om die balans te bewaren. Alpine spreekt zelf over een compromis tussen comfort en rijgedrag en voor één keer dekt zo’n omschrijving mijn ervaring bijzonder goed.
De drie motoren spelen eveneens een belangrijke rol. Eén elektromotor zit vooraan en twee achteraan. Daardoor kan Alpine het koppel tussen beide achterwielen afzonderlijk verdelen. In een bocht kan het buitenste wiel meer aandrijfkracht krijgen waardoor de auto zijn lijn scherper volgt. Je voelt dat er onderhuids veel gebeurt, terwijl het rijgedrag natuurlijk en beheerst blijft.
En dan is er die OV-knop.

Op de terugweg reed ik een groot deel in Sport. Ik gebruikte Overtake verschillende keren en ook twee verkeerslichten boden plots een volstrekt onnodige gelegenheid om de 400 pk kort en krachtig aan het werk te zetten. Dat was buitengewoon plezant en iets minder bevorderlijk voor het verbruik. Voor alle duidelijkheid: de geldende snelheidslimieten bleven daarbij mijn grens.
Over de volledige test van ruim 900 kilometer stond de boordcomputer uiteindelijk op 22,7 kWh/100 km. Dat cijfer omvat rustig rijden, veel snelwegkilometers én mijn momenten van enthousiasme. Alpine geeft voor de A390 GT een rijbereik op tot 557 kilometer WLTP met de standaard 20-inchwielen. De 21-inch Snowflake-velgen van mijn testwagen drukken die officiële actieradius tot ongeveer 500 kilometer. Precies daarom vind ik mijn gemiddelde over ruim 900 kilometer representatiever dan één geïsoleerde verbruiksmeting.
Ook het laden bevestigde het beeld van een bruikbare reisauto. Ik sloot aan met 17 procent batterij en ongeveer 28 minuten later stond 79 procent op het scherm. De laadpaal liet een piek rond 150 kW zien en de auto hield het laadvermogen lange tijd behoorlijk hoog. De officiële technische fiche vermeldt voor de GT maximaal 150 kW DC en 15 tot 80 procent in 29 minuten. Mijn laadbeurt sloot daar vrijwel perfect bij aan.


Franser dan ik aanvankelijk dacht
De A390 vertrekt vanuit technologie van Renault Group en krijgt daar een uitgesproken Alpine-invulling bovenop. Platform, ophanging, aandrijving en software werden grondig aangepast. Bovendien heeft de auto opvallend diepe Franse wortels. Hij wordt in Dieppe geassembleerd, de elektromotoren komen uit Cléon, de batterij wordt in Douai geassembleerd en het chassis wordt in Le Mans geproduceerd.
Dat maakt hem voor mij alleen maar interessanter. Alpine gebruikt sterke technologie uit de groep waar dat zinvol is en bouwt daar voldoende eigen techniek en karakter omheen.
Misschien is dat precies waarom ik er zo graag mee reed.
De A390 kan comfortabel honderden kilometers afleggen, biedt vijf bruikbare zitplaatsen en een grote koffer en laat zich bijzonder gemakkelijk bedienen. Tegelijk herinnert hij je er voortdurend aan dat deze praktische fastback ontwikkeld werd door mensen die zelf graag rijden.
Het advies van Alpine om de meest extreme oefeningen voor het circuit te bewaren lijkt mij trouwens verstandig. Zeker sinds ik mezelf erop betrapte dat ik al stond na te denken waar precies in mijn tuin de eerste bocht van mijn eigen circuit zou moeten komen. 😁
De Alpine A390 GT heeft in België een catalogusprijs van 67.500 euro inclusief btw. De sterkere GTS kost 78.000 euro. Mijn testwagen, voorzien van onder meer de 21-inch Snowflake-velgen en enkele stevige opties, komt uit op 78.950 euro. Daar staat een bijzonder complete, snelle en vooral karaktervolle elektrische fastback tegenover.







