Gesprek met Stefan De Smet, Managing Director van Leapmotor BeLux 

Elektrisch rijden wordt vaak voorgesteld als een vanzelfsprekende stap vooruit, maar volgens Stefan De Smet, Managing Director van Leapmotor BeLux ligt de realiteit in België een stuk complexer. “Voor mensen die in appartementsblokken wonen of geen vaste parkeerplaats hebben, kan je het probleem niet zomaar infrastructureel oplossen. Daar moeten we eerlijk over zijn.” Daarom zoekt Leapmotor, samen met andere merken, naar oplossingen die verder gaan dan het simpelweg plaatsen van meer laadpalen. 

De focus ligt vooral op de auto zelf. “Wat wij proberen te doen, is voertuigen ontwikkelen die de afhankelijkheid van laden zoveel mogelijk beperken.” Dat vertaalt zich niet alleen in volledig elektrische modellen, maar ook in range extenders, waarbij een verbrandingsmotor ondersteuning biedt. Daarnaast wordt sterk ingezet op grotere autonomie en vooral hogere laadsnelheden. “Dat laatste is cruciaal. Als het geen moeite kost om even langs een fastcharger te rijden en snel bij te laden, verdwijnt een groot deel van de drempel.” 

Concrete voorbeelden onderstrepen die vooruitgang. Zo haalt de Leapmotor B10 een laadsnelheid tot 170 kW, terwijl de C10 een rijbereik van 510 kilometer koppelt aan een 800V-architectuur met een batterij van 80 kWh. Dat resulteert in een laadsnelheid tot 180 kW, cijfers die vandaag duidelijk meespelen in het hogere segment. “Dat is de richting waarin we verder evolueren. Eerder dan te verwachten dat elke stoep in België vol laadpalen komt te staan.” Volgens Stefan De Smet ligt daar op korte termijn de meest realistische oplossing. 

De toekomst van kleinere, goedkopere elektrische auto’s ziet hij dan ook genuanceerd. “We hebben die evolutie al gezien bij verbrandingsmotoren. Kleine stadswagens zijn quasi verdwenen omdat de marges het niet meer toelieten.” Voor elektrische auto’s is dat volgens hem nog moeilijker. “Tenzij Chinese merken daar het verschil maken.” Leapmotor probeert dat met de T03, die geprijsd is tussen 18.900 en 20.000 euro. 

Toch blijft het een moeilijke markt. “De particuliere Belgische koper kiest vandaag nog vaak voor een goedkopere en iets ruimere wagen met verbrandingsmotor, eerder dan voor een elektrische stadswagen,” klinkt het. Daarbij spelen niet alleen prijs, maar ook gebruiksgemak en perceptie een rol. “Geen laadstress, geen autonomie-angst.” Zolang overheden daar niet gerichter op ingrijpen, blijft de vergelijking volgens Stefan De Smet fundamenteel oneerlijk. “Tenzij we effectief de stekker uit de kleine verbrandingsmotor trekken, maar dat is politiek én economisch bijzonder gevoelig.” 

Het publiek voor dit type compacte elektrische auto’s blijft bovendien beperkt. “Het gaat vaak om mensen die vooral korte afstanden rijden, iets welgestelder zijn en gemiddeld ouder. Jongeren zie je hier nauwelijks voor kiezen.” Enkel de komst van nog betaalbaardere elektrische stadswagens kan dat patroon doorbreken. 

Waar Leapmotor wél duidelijk vooroploopt, is op het vlak van software en data. “Chinese producten staan daar vandaag verder dan Europese.” De huidige Leapmotor-modellen verzamelen continu data via camera’s en sensoren, maar altijd binnen de Europese GDPR-regels. “De klant weet dat, hij tekent daarvoor. We gebruiken die data enkel voor legitieme doeleinden, om het voertuig beter te laten functioneren en zich aan te passen aan de bestuurder.” 

In de praktijk betekent dat verregaande personalisatie. Een bestuurder van een C10 hoeft geen knop aan te raken. De wagen herkent wie achter het stuur zit, past automatisch de zetelpositie aan en stemt het systeem af op het persoonlijke profiel via facial recognition. “Beelden worden niet gedeeld en enkel intern gebruikt, puur om het gebruiksgemak te verhogen.” Met AI-gestuurde toepassingen in toekomstige modellen zoals de B10 en B05 wil Leapmotor die evolutie verderzetten. 

Tegelijk wijst Stefan De Smet op het belang van samenwerking met een grote Europese speler zoals Stellantis. “Chinese merken hebben geen heritage zoals Europese constructeurs. Er komen elk jaar tientallen nieuwe spelers bij, maar er verdwijnen er ook veel.” Wie wil overleven, moet buiten China groeien en schaal opbouwen. “Daarom is die samenwerking essentieel.” 

Als hij tot slot één beleidskeuze mocht beïnvloeden, dan is hij duidelijk: de incentives zijn te snel verdwenen. “In Italië kreeg je tot voor kort voor een kleine elektrische auto tot 10.000 euro steun. Dan kan iedereen elektrisch rijden.” In België werden die voordelen volgens hem te vroeg geschrapt, met als gevolg een terugkeer naar verbrandingsmotoren. “Men heeft mensen gesensibiliseerd, maar daarna de stekker eruit getrokken.” 

Daarnaast pleit hij voor meer ondersteuning van laadinfrastructuur, zowel voor bedrijven als particulieren. “Het gaat vooruit, maar het is nog te weinig. Een snellere en bredere uitrol zou elektrisch rijden echt toegankelijk maken.” 


Interview door Marijn Bogaert 
Foto’s: Leapmotor 

Deel je liefde