Raf Van Nuffel: Hyundai N heeft nog heel wat plannen, ook voor niet-elektrische modellen

Hyundai werkt aan een nieuwe generatie elektrische auto’s voor Europa en blijft tegelijk investeren in benzinemotoren en hybrides. Tijdens de internationale presentatie van de IONIQ 3 in Istanbul sprak ik met Raf Van Nuffel, Vice President Product & Pricing bij Hyundai Motor Europe. Over de groeiende invloed van Europa, de betaalbaarheid van elektrische auto’s en de keuzes achter nieuwe modellen. Aan het einde van ons gesprek bracht hij zelf nog een onderwerp ter sprake: de toekomst van Hyundai N.
Tekst: Marijn Bogaert
Foto’s: Hyundai
Lees ook: Hyundai IONIQ 3: een eigenzinnig uiterlijk, een heerlijk rijgedrag
“Is er nog iets dat je mij wilt vertellen wat ik niet gevraagd heb?” Het is de laatste vraag van ons gesprek met Raf Van Nuffel. We hebben het uitgebreid gehad over de Europese automarkt, elektrische aandrijving, software en de nieuwe IONIQ 3. Maar Van Nuffel wil nog een ander onderwerp aansnijden: de toekomst van de sportieve N-modellen van Hyundai.
Met de IONIQ 5 N en IONIQ 6 N heeft Hyundai al laten zien dat elektrische aandrijving ook een sportieve kant heeft. Hyundai onderzoekt nu hoe het zijn N-gamma verder kan uitbreiden.
“We denken na over hoe we met meer N-producten kunnen komen en niet alleen volledig elektrisch”, vertelt Van Nuffel. Meer details geeft hij voorlopig niet. Wel legt hij uit waarom die sportieve modellen belangrijk blijven. Bij de aankoop van een auto spelen ook emoties een rol.
“Er zijn veel klanten die iets emotioneels zoeken. En die zijn meestal bereid iets meer te betalen voor een product waaraan ze emotionele waarde hechten.”
Het is een interessante uitspraak van iemand die dagelijks bezig is met productplanning en prijspositionering. Zeker op een moment waarop vrijwel elk gesprek over elektrische auto’s draait om batterijcapaciteit, efficiëntie en aankoopprijs.


Europa krijgt steeds meer invloed
Van Nuffel is verantwoordelijk voor product en prijszetting bij Hyundai Motor Europe. Vanuit Frankfurt werkt zijn afdeling nauw samen met de Europese ontwikkelingscentra en de collega’s in Zuid-Korea.
Hoeveel invloed heeft Europa werkelijk wanneer Hyundai een nieuwe auto ontwikkelt?
“Dat hangt sterk af van het segment”, legt hij uit. Bij grotere SUV’s spelen andere markten, zoals Noord-Amerika, een belangrijke rol. Bij kleinere auto’s is Europa veel bepalender omdat deze segmenten hier een groter aandeel in de verkoop vertegenwoordigen.
Hij haalt de INSTER aan als concreet voorbeeld. Die elektrische stadsauto vindt zijn oorsprong in de Koreaanse Casper met benzinemotor. Vanuit Europa kwam de vraag om daarvan een volledig elektrische versie te ontwikkelen. Daarvoor werd de wielbasis aanzienlijk verlengd om voldoende ruimte te creëren voor het batterijpakket.
Bij de IONIQ 3 ging die Europese betrokkenheid nog verder.
“Ik werk al vijftien jaar bij Hyundai Motor Europe en ik denk dat dit het meest Europese project is dat ik gezien heb.”
Design, engineering en productplanning werkten nauw samen. Ook de productie gebeurt in de fabriek van İzmit in Turkije. Volgens Van Nuffel is de IONIQ 3 in de eerste plaats ontwikkeld voor de Europese klant.
Dat Europa al langer invloed uitoefent op de ontwikkeling van Hyundai-modellen, illustreert hij met de TUCSON. De Europese uitvoering verschilt op verschillende punten van de mondiale versie. Onder meer de afmetingen en het aanbod aan aandrijflijnen werden afgestemd op de behoeften van de Europese markt.

Betaalbaarheid bepaalt de keuzes
Met de IONIQ 3 breidt Hyundai zijn elektrische gamma verder uit. Binnen het modellenaanbod krijgt hij een plaats tussen de compacte INSTER en de KONA Electric. Die positionering zegt vooral iets over zijn rol in het gamma en zijn prijsniveau. De IONIQ 3 is met zijn lengte van 4,16 meter immers een volwaardige hatchback die qua binnenruimte ook klanten uit een hoger segment wil aanspreken.
Hyundai positioneert hem in het B-segment, waar de aankoopprijs bijzonder belangrijk is.
De ontwikkelaars moeten dus duidelijke keuzes maken. Wat krijgt voorrang wanneer extra rijbereik, snellere laadtechnologie en een aantrekkelijke aankoopprijs met elkaar botsen?
Van Nuffel legt uit dat elk project begint met een vooraf bepaalde prijspositionering. Vervolgens wordt gezocht naar eigenschappen waarmee het model zich kan onderscheiden.
Bij compacte elektrische auto’s heeft Hyundai veel aandacht besteed aan het rijbereik. Bij grotere modellen koos het merk nadrukkelijk voor korte laadtijden dankzij de 800-voltarchitectuur.
Waarom krijgt de IONIQ 3 dan geen 800-volt, waarmee de batterij sneller kan worden opgeladen?
“Als we vandaag naar de markt kijken, ook met de toenemende Chinese concurrentie, vinden wij 800 volt vooral aangewezen vanaf het C-segment. Daaronder lijkt het ons voorlopig beter om met 400 volt te blijven werken.”
Daarmee maakt Hyundai een bewuste afweging. De IONIQ 3 moet voldoende rijbereik en goede laadprestaties bieden binnen een prijsniveau dat voor een groter publiek haalbaar blijft.


Ook de concurrentie van nieuwe automerken speelt mee. Toch wil Hyundai niet eenvoudigweg overnemen wat anderen doen.
Een deel van de oplossing ligt in een eenvoudiger productieproces. Van Nuffel verwijst naar de uitrustingsversies van de IONIQ 3, die over de verschillende Europese landen veel sterker op elkaar zijn afgestemd.
Vroeger waren er soms kleine verschillen tussen bijvoorbeeld België, Frankrijk en Nederland. Voor de productie betekende dat meer varianten, extra onderdelen en een ingewikkelder voorraadbeheer. Door meer te standaardiseren kan Hyundai efficiënter produceren.
Ook software speelt daarbij een rol.
De IONIQ 3 introduceert het nieuwe Pleos Connect-platform, dat dankzij software-updates verder kan evolueren. Van Nuffel bevestigt dat het de bedoeling is om auto’s ook jaren na aankoop nieuwe mogelijkheden te geven.
De bijbehorende appwinkel start met zes toepassingen en wordt later uitgebreid. Of sommige functies betalend zullen worden?
“Dat zal waarschijnlijk een combinatie worden van gratis en betalende toepassingen.”
De elektrische omschakeling verloopt trager
Hyundai blijft investeren in volledig elektrische modellen en ontwikkelt tegelijk zijn benzine- en hybridegamma verder. Is dat een aanwijzing dat de overstap naar elektrisch rijden minder snel verloopt dan oorspronkelijk verwacht?
Van Nuffel bevestigt dat de groei op een aantal Europese markten trager gaat dan enkele jaren geleden werd aangenomen.
Hij wijst erop dat de Europese CO₂-doelstellingen autofabrikanten stimuleren om elektrische auto’s te verkopen. De verkoop wordt daardoor ook sterk beïnvloed door de regelgeving en weerspiegelt niet uitsluitend de spontane vraag van consumenten.
Volgens Van Nuffel heeft Hyundai altijd bewust gekozen voor verschillende aandrijfvormen. Die strategie blijft overeind, al zijn de verwachte verkoopverhoudingen inmiddels veranderd.


Ik vraag hem of de Europese consument de overstap naar elektrisch rijden onvoldoende snel maakt.
Van Nuffel wil die verantwoordelijkheid niet zomaar bij de koper leggen. Hij wijst vooral op het prijsverschil tussen elektrische auto’s en modellen met een klassieke aandrijving.
Voor particuliere klanten weegt dat bijzonder zwaar. Zij genieten doorgaans niet dezelfde fiscale voordelen als zakelijke rijders. Zelfs wanneer een elektrische auto over zijn volledige gebruiksduur financieel interessant kan zijn, blijft de aankoopprijs voor veel gezinnen doorslaggevend.
Dat verklaart mee waarom Hyundai blijft investeren in hybride aandrijving. Ook de plug-inhybride heeft volgens Van Nuffel nog een toekomst als overgangstechnologie.
Een bijkomend voordeel is de flexibiliteit van Hyundai’s Europese productievestigingen. Zowel de fabriek in Tsjechië als die in Turkije kan verschillende aandrijfvormen produceren. Daardoor kan Hyundai zijn productie beter aanpassen aan de vraag.
Ook de introductie van nieuwe volledig elektrische modellen wordt zorgvuldig afgewogen.
Van Nuffel wijst erop dat een te snelle uitbreiding van het gamma tot onderlinge concurrentie kan leiden. Een nieuw model levert dan niet noodzakelijk evenredig veel extra klanten op, omdat het mogelijk kopers wegneemt bij bestaande Hyundai-modellen.
De komende periode krijgt daarom ook de vernieuwing van bestaande modellen veel aandacht.

Elke Hyundai krijgt zijn eigen gezicht
Wie de verschillende Hyundai-modellen naast elkaar zet, ziet meteen hoe weinig ze op elkaar lijken. De IONIQ 3, IONIQ 5, IONIQ 6 en TUCSON hebben elk een uitgesproken eigen vormgeving.
Dat is volgens Van Nuffel een bewuste keuze.
Hyundai wil zijn ontwerpers de vrijheid geven om bij iedere nieuwe generatie een andere richting in te slaan. Daardoor kan een nieuw model ook werkelijk een nieuwe vormgeving krijgen.
Toch blijft er volgens hem samenhang binnen het gamma. Bij de elektrische IONIQ-modellen spelen de herkenbare pixelmotieven bijvoorbeeld een belangrijke rol, terwijl er dankzij Hyundai’s nieuwe Art of Steel-vormtaal ook een aantal designcues van IONIQ 3 terug te vinden zijn op toekomstige modellen als de nieuwe TUCSON en BAYON.
Terwijl we ons gesprek afronden, blijkt hoe breed Hyundai naar de toekomst kijkt. Betaalbare elektrische auto’s blijven belangrijk, maar ook hybrides en sportieve modellen hebben hun plaats.
Vooral dat laatste vindt Van Nuffel de moeite waard om nog even te benadrukken.
Welke aandrijving de toekomstige N-modellen zullen krijgen, laat hij voorlopig open maar dat er meer aankomt, wil hij wel kwijt.







