Stefan De Smet: “We hebben geen targets. We hebben ambities”
In gesprek met Stefan De Smet, Managing Director van Leapmotor Belux
Toen ik Stefan De Smet begin dit jaar voor het eerst sprak, vertelde hij me iets wat is blijven hangen. Toen hem gevraagd werd om Leapmotor in België en Luxemburg mee op de kaart te zetten, had hij geen seconde getwijfeld.
Dat begrijp ik ondertussen iets beter. De Smet kende de autowereld al goed. Hij werkte eerder in verantwoordelijke functies bij Citroën Belux en Opel Belux en was enkele jaren B2B Director binnen Stellantis Belux. Vervolgens kreeg hij de kans om als Managing Director van Leapmotor Belux bijna van nul een nieuw merk uit te bouwen.
Tekst: Marijn Bogaert
Foto’s: Leapmotor
Een paar maanden later zitten we in Málaga opnieuw tegenover elkaar. Intussen ziet dat verhaal er al heel anders uit.
“Begin dit jaar sprak je over een verdubbeling van de verkoop”, herinner ik hem.
“Dat heb je goed onthouden”, antwoordt hij. “Die ambitie hebben we eigenlijk al tegen het midden van het jaar gehaald.”
Vorig jaar verzamelde Leapmotor in België ongeveer 1.200 orders. Voor 2026 verwacht De Smet inmiddels richting 4.000 te gaan. Het aantal inschrijvingen zou boven 3.000 auto’s eindigen. En voor volgend jaar?
Ongeveer 6.000 registraties.
Toch gebruikt hij opvallend graag één zin.
“We hebben geen targets. We hebben ambities.”
Lees ook het vervolg van ons gesprek met Stefan De Smet : “we zijn eigenlijk een half Chinees merk”.
Het gamma begint te werken
De groei kwam eerst op gang met de C10. Daarna volgde de B10, een model dat midden in het belangrijke C-SUV-segment terechtkwam en zowel particulieren als zakelijke klanten aanspreekt. De Hybrid EV is inmiddels goed voor ongeveer 30 procent van de B10-verkoop.
De Smet kijkt ondertussen vooral naar wat er bijkomt.
De B05 staat nog maar pas in de showroom en verkoopt volgens hem tijdens zijn eerste maanden bijna even goed als de B10. Dat had hij zelf ook niet verwacht.
Hij relativeert het meteen. Een nieuw model krijgt bij zijn lancering extra aandacht en een paar goede maanden zeggen nog weinig over wat er daarna gebeurt.
Die voorzichtigheid typeert eigenlijk het hele gesprek. De Smet gooit graag cijfers op tafel en trekt er vervolgens zelf de handrem weer op.
Het marktsegment waarin die nieuwe compacte crossover terechtkomt is in België veel groter dan dat van de B05. Toch wil hij daar geen spectaculaire verkoopprognose aan vastplakken.
“We moeten eerst zien hoe de klant reageert.”
Met de B03X mikt Leapmotor vooral op particuliere klanten en gezinnen. Mensen die ruimte en gebruiksgemak willen en tegelijk liever niet hun volledige budget aan een auto besteden.
Tegen eind dit jaar of begin volgend jaar verwacht De Smet bovendien nog een kleiner instapmodel. Dan begint het gamma stilaan compleet te worden.
België blijkt een bijzondere markt
Een groot deel van de groei komt uit een hoek die voor Leapmotor belangrijk is: bedrijfswagens.
De Smet kent die wereld goed uit zijn vorige functie en dat merk je wanneer het gesprek over leasing en fleet gaat. Ongeveer de helft van de Leapmotors die in België worden verkocht gaat vandaag naar zakelijke klanten. Volgens hem presteert België daarmee binnen Leapmotor zelfs het sterkst van alle Europese markten.
Alleen zijn het voorlopig vooral zelfstandigen, vrije beroepen en kleinere KMO’s die kopen.
Daar wordt snel beslist. Een zaakvoerder vergelijkt prijs, fiscaliteit en uitrusting en kan daarna zelf de knoop doorhakken.
Bij grote bedrijven ziet het parcours er anders uit.
Eerst moet de leasingmaatschappij het merk aanvaarden. Daarna komt de fleetmanager en uiteindelijk moet ook nog de werknemer overtuigd worden die zijn bedrijfswagen zelf mag kiezen.
“Voor je zover bent, heb je al heel wat watertjes doorzwommen.”
Volgens De Smet staat momenteel ongeveer 25 tot 30 procent van die grote zakelijke markt open voor een Chinees merk. Bij de rest leeft nog terughoudendheid of wordt bewust gekozen voor Europese producten.
Daar wil hij ook geen kruistocht van maken.
Wie bewust Europees wil kopen, moet dat volgens hem vooral blijven doen.
Nu nog de bestuurder overtuigen
Bij de leasingmaatschappijen is Leapmotor ondertussen wel binnen. De eerste grotere bestellingen beginnen volgens De Smet ook te komen. Hij spreekt over dossiers van 50, 60 en 100 auto’s en soms zelfs 200 exemplaren tegelijk.
De volgende stap wordt moeilijker: de werknemer die zelf kiest.
Daar kan volgens De Smet het mobiliteitsbudget in het voordeel van Leapmotor spelen. Wie binnen zijn beschikbare budget een goed uitgeruste elektrische auto voor een lagere prijs kiest, houdt mogelijk ruimte over voor andere vormen van mobiliteit.
En dan komt uiteindelijk de vraag waar elk nieuw automerk tegenaan loopt: durft iemand ervoor te kiezen?
De Smet merkt dat die drempel kleiner wordt. Klanten komen steeds vaker doelgericht naar de showroom en hebben thuis hun huiswerk al gemaakt.
“Sommigen weten bij wijze van spreken al meer over de auto dan de verkoper.”
Dat vind ik misschien wel een van zijn leukste opmerkingen. Want precies daar verandert de automarkt. Mensen vergelijken online specificaties, prijzen en ervaringen en hechten daardoor minder vanzelfsprekend aan het logo dat al twintig jaar bij de buren op de oprit staat.
Leapmotor moet tegelijk nog veel bewijzen. Vertrouwen in restwaarde, betrouwbaarheid en het merk zelf groeit pas met de jaren.
De Smet beseft dat zelf goed.
Misschien past daarom die uitspraak over ambities zo goed bij hem. Toen hij de functie aangeboden kreeg, twijfelde hij geen seconde. Over hoeveel auto’s Leapmotor volgend jaar precies zal verkopen klinkt hij veel voorzichtiger.
6.000 registraties?
Hij glimlacht en houdt de deur open.
“Dat is de ambitie. We zullen zien hoe de klant reageert.”
Hij twijfelde geen seconde om eraan te beginnen en dat vertrouwen hoor je nog altijd. Waar Leapmotor precies naartoe groeit, zal de tijd uitwijzen, maar over de volgende stappen van het merk klinkt De Smet bijzonder overtuigd.